Willem G. van de Hulst - 100 jaar

1917-2017






Over Willem G. van de Hulst
schilder - schrijver - beeldhouwer


Willem Gerrit van de Hulst werd geboren in juni 1917 te Utrecht als oudste zoon van de auteur van protestants-christelijke jeugdliteratuur W.G. van de Hulst sr. Zijn moeder, Jeanette Maan, was lerares frans. Gedurende zijn lagere schooltijd ontwikkelt Willem een passie voor de viool en krijgt hij les aan het conservatorium te Utrecht.
Maar, hij blijkt over nog 'n talent te beschikken: schilderen en tekenen.
Zijn broer en zus kiezen respectievelijk astronomie en veeartsenij als studierichting. Een andere broer start een loopbaan bij de marine.
Willem mag kiezen: conservatorium, waar hij al toegelaten was, of de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten, waar hij eigenlijk niet naar toe kan omdat hij met zijn 16 jaar te jong is. Hij kiest voor de beeldende kunst en na een 'proeve van bekwaamheid' wordt hij bij hoge uitzondering toegelaten en begint voor hem 'n spannende en intensieve trainingstijd in het ambacht.

Eind 1939 heeft hij zijn opleiding met succes afgerond en koopt hij met geleend geld een binnenvaartschip dat omgebouwd wordt tot woonatelier. De oorlog dreigt. Inmiddels is hij verliefd geworden en trouwt in 1941. Hij probeert de eindjes aan elkaar te knopen met het illustreren van - hoofdzakelijk zijn vaders - kinderboeken. Later komen daar ook andere boeken bij waaronder een prachtig herdenkingsboek over de Nederlandse Kruitfabriek. Tevens maakt hij schooluitgaven voor de uitgeverijen Samsom/Kluwer en Wolters Noordhoff. Schilderen blijft hij altijd - onverstoorbaar - maar in perioden, 'als het qua rust en inspiratie weer zo ver was'. Na de oorlog verlaat zijn vrouw hem en trekt Willem naar Parijs waar hij 2 jaar woont en werkt aan de Académie de la Chaumière, Hier doceert ook Osip Jocelyn Zadkin. Willem zal hem, op zijn verzoek, meerdere malen als docent vervangen…

Willem is echter een kunstenaar met sterke behoefte aan ruimte, horizonten, luchten en vergezichten en Parijs wordt te benauwd. Ook vindt hij als uitgesproken éénling geen broeders in de artistieke worsteling om het bestaan. Hij gaat terug naar Nederland, koopt weer een schip om op te wonen en trouwt in 1951 met Diet, de vrouw die vijftig jaar zijn leven zal delen. Het jonge paar kan een stuk grond kopen en de eerste van vijf huizen die hij zal ontwerpen en bouwen, wordt betrokken. In de volgende jaren worden er drie kinderen geboren hetgeen hem noopt het gezin in serieus levensonderhoud te voorzien. Hij schrijft en illustreert ’n twintigtal kinderboeken.

Op uitnodiging en ter herdenking van het 10 jarig einde van de tweede wereldoorlog schrijft hij een boekje voor de lagere scholen 'Waarom de tram stil stond'.
In 1963 overlijdt zijn vader en komt de roman 'Feestgebouw in de regen' uit.


Ter gelegenheid van de op hand zijnde geboorte van Prins Willem Alexander in 1967, schrijft en illustreert hij het zelfdoe-boekje voor de scholenHet boek van het Prinsenkind.

In de jaren zestig en zeventig bedenkt en produceert hij naast zijn kunstenaarschap nog twee lesmethoden voor de lagere scholen: 'Duizend jaar'  - inleiding tot de vaderlandse geschiedenis en 'Luister, kijk, lees'  - inleiding in de kennis der natuur.
Tevens schrijft hij het hoorspel 'De smid Kamenov' (Henk van Ulsen / NCRV) en maakt een televisie bewerking van de serie 'Inde Soete Suikerbol' en van nog een viertal van zijn eigen verhalen
.

In 1973 is zijn werk, dan nog uitsluitend olieverf en aquarel, te zien bij Galerie Harry de Jong in Zeist en bij de City Art Gallery, Oakland, VS. Tevens exposeert hij in Menton en Roque-Brüne, Frankrijk.
Dit publiekelijk optreden, dit 'uit de kast komen' trekt media belangstelling. Kranten-, radio- en televisie-interviews volgen en de verwarring met zijn vader blijkt groot en hardnekkig.

In 1983 komt zijn tweede bundel voor volwassenen uit: 'Een kwestie van tijd', vijftien korte verhalen. In ditzelfde jaar maakt hij een start met het achtluik 'De Metro' waar hij drie jaar aan zal werken.

Hij begint het beeldhouwen serieus op te pakken en zijn bronzen worden aangekocht door bedrijven en particulieren en zijn als openbaar kunstbezit te zien in de gemeentes Waddinxveen, Elburg, Breukelen, Zeist, Almére en Loenen aan de Vecht.



In 1988 wijdt het Singer Museum te Laren een grote overzichtstentoonstelling aan het werk van Van de Hulst en exposeert hij tevens bij Galerie 2000 te Amsterdam. In hetzelfde jaar verschijnt bij Uitgeverij Kok zijn verhalenbundelWachten op de kraakwagen'.
De ontmoeting 1991 brons H 120
 

Met een inmiddels aangeschafte grote bestelbus, die hij laat ombouwen tot 'rijdend atelier’ reist Van de Hulst met zijn vrouw veel naar de Bretonse en Normandische kust; reizen die resulteren in prachtige schetsen en aquarellen, die thuis in het atelier uitgewerkt worden in olie op doek.
Ondanks het klimmen der jaren blijft Willem van de Hulst op volle kracht actief. Vele tentoonstellingen zijn het gevolg en hij stelt de nu alom bekende eerste zondag van de maand in,'n open-atelier en kijkdag.

Begin 1994 verschijnt het kunstboek ‘Willem G. van de Hulst - schilder, schrijver, beeldhouwer in licht en ruimte’.

In het voorjaar van 1997 wordt in de reportage-serie ‘Document’ de 50 minuten durende televisie-documentaire 'Op zoek naar het licht' over het leven en werk van Willem G. van de Hulst uitgezonden. April 1999 ontvangt Willem de koninklijke onderscheiding van officier in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Eind 2001 overlijdt zijn vrouw.
Willem G.van de Hulst heeft zijn beeldend kunstenaarschap zijn hele leven afgewisseld met schrijven. 'n Soort wisselstroom in een veelzijdig en filosofisch man.

In 2001 verschijnt van zijn hand de bundel korte verhalen ‘De Natte Hond' (De Kern) en in 2004 de semi-autobiografische verhalenbundel 'Maat, Getal, Gewicht' (Mozaïek).

In de herfst van 2005 opent Museum Van Lien te Fijnaart de grote expositie ‘Zoekend naar het Licht’. Een hommage aan Willem G. van de Hulst, kunstschilder en beeldhouwer’.





In de zomer van het daarop volgende jaar overlijdt hij vredig in zijn eigen huis. Negenentachtig jaar jong…

 

Metro

In 1983 vond hij in zijn archief een tekening die hij in 1938 had gemaakt.
Gefascineerd door de kilte en de eenzaamheid in de relatie tussen mensen onderling die uit deze tekening sprak, begon hij aan een groot doek (300/170) dat de titel ‘De Metro’ kreeg.
Hij zou er drie jaar aan werken en het groeide uit tot een project van acht grote panelen die, in een specifieke orde en quadrangulair opgesteld, de toeschouwer het idee geven ín het schilderij te staan, er in af te dalen, één te worden met de wachtende figuren op het perron en weer te zoeken naar de uitgang, naar het licht.
Om het ruimtelijk effect nog te intensiveren maakte de schilder drie bronzen figuren, drie wachtende reizigers.


Metro (paneel 5) 1983-1986


Clown 1988 gewassen tekening 70/35
        Werken op papier

“Het vlugge veldwerk’ noemde Willem van de Hulst ooit zijn aquarellen en potloodtekeningen, die hier nu voor het eerst in boekvorm verschijnen.
Het zijn de petrischaaltjes, de voedingsbodem voor zijn vrije schilderwerk. Deze tekeningen en aquarellen zijn zijn handschrift. Trefzeker, eerlijk, primair en met de directheid van de eerste potlood lijn of penseelstreek zet hij een beeld in zijn hoofd snel op papier, misschien zoals een schrijver of dichter zijn notitieboekje zou gebruiken. Onderweg een toevallige bouwput waarin heipalen een prachtig perspectief geven, ‘n horizon aan zee, zelfs een vluchtig handgebaar.
Werken die veelal ontstonden in een grote bestelbus, die hij laat ombouwen tot 'rijdend atelier en mislukte camper' en waarin hij met zijn vrouw reist en, op weg naar het zuiden, graag de Bretonse en Normandische kust aan doet. Reizen die resulteren in prachtige schetsen en aquarellen, die thuis in het atelier uitgewerkt worden in olie op doek.

   
Ode

Aan zijn echtgenote, waarmee hij meer dan vijftig jaar getrouwd mocht zijn.
Moeder van hun drie kinderen, met wie hij samen heeft kunnen uitgroeien tot de kunstenaar die hij werd.
‘n Vrouw van groot statuur, wijsheid, souplesse en ... liefde.

 
Diet 1978 gewassen tekening 65/90

Religie

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw illustreerde hij op indringende wijze de kinderbijbel van J.E. Kuiper met 26 pentekeningen. Bij het opruimen van een lade in zijn atelier kwam hij een voorstudie van één van deze tekeningen tegen; lang-vergeten en vergeeld.
In 2005 kwamen uit deze herontdekking drie grote doeken voort: Gethsemané, Golgotha en de Opstanding.
Het vierde schilderij verbeeldt ‘Het einde der tijden’, de vier paarden uit de apocalyps. (openbaring van Johannes vers 6:1-8)




De vier paarden uit de Apocalyps  2005  olie op doek 150/200


Horizon

‘Hoe zou het komen, dat die eenvoudige rechte lijn op een schilderij zo’n magische kracht kan krijgen?
Is het omdat het de scheidslijn is tussen hemel en aarde?
Onder die lijn ligt het tijdelijke, daarboven staat het eeuwige. Het is de trillende en altijd weer wijkende grens tussen het vergankelijke en het altijd blijvende.
In dat steeds wijkende ligt niet alleen de derde, maar ook de vierde dimensie, die van de tijd.’ uit: ‘Zeven verhalen’ Willem G. van de Hulst 1994.


Sneeuwlandschap 1982  olie op doek 100/100


   

Nachtstad  1998  olie op doek 110/115

Stad van steen en staal

Regen in een nachtelijke vreemde stad. Verlichte etalage ruiten en ‘n gure windvlaag uit een zijstraat.
Lawaai uit een café, ‘n man in een telefooncel belt, belt hij wel...?
‘n Stad in neon- en in zonlicht.
‘n Stad in menselijke en onmenselijke proporties.
‘n Stad in steen en staal.
Van de Hulst kent en ziet het met het oog van de beschouwende kunstenaar, maar drinkt, eet, protesteert en sterft mee, keer op keer, want zíjn stad kent geen sluitingstijd.

   
Passanten

L'enfer, ce sont les autres. De medemens als vloek of als zegening.
Hij, de schilder, kleedt ze uit tot op het eenzame bot en legt bloot wat men liever verborgen wilde houden.
Of hij kleedt ze als grotesk doorzichtige spoken, dansende skeletten.
De mens: jong en hard in het licht, oud en zacht in het duister.
De mens, zijn medemens, een spiegel.




Aarzelende ontmoeting  2005  olie op doek 80/110

 

Normandië

Door de jaren heen schildert Van de Hulst in Bretagne en Normandië, veelal op weg naar zuidelijker streken waar de felheid van het licht hem trekt. Het is in Normandië echter de duistere kracht van de natuur die hij kaal en eerlijk structuur wil geven in verf. Hij probeert met kwast en mes de textuur van de krijtrotsen te vangen. ‘n Fascinatie die hem zijn hele leven in zijn greep zal houden en zou resulteren in een Magnus Opus in blauw.

 
Krijtrotsen in tegenlicht  2004  olie op doek 110/150

Naakten

Zoals een violist -op straffe van stramme vingers- dagelijks toonladders in vele variaties oefent, zo tekent Van de Hulst zijn naakte medemens.
Soms ruig, soms met tedere penseelstreken ontstaat het kwetsbare lichaam onder zijn handen.
Het vlees is zwak, sterk, bezwangerd of vervormd.
Sensueel, gesluierd, gracieus.
Naakt alleen of naakt samen.
Mannelijk, vrouwelijk, universeel

 
Twee-eenheid  2001  olie op doek 70/90
Het Zuiden

Wie ver reist....
Dat doet WG veel en vaak. Aanvankelijk met zijn eigen, tot atelier en woonschip omgebouwde binnenschip door Nederland, België en Frankrijk.
Later per camper of vliegtuig verder weg. Ook de VS en Canada worden doorkruist maar ‘het oude land’, zijn eigen achterland heeft meer geheimen.
Architectuur in licht. Langzaam leven in de steden, straten en stegen van Italië, Spanje, Portugal.
Tunesië, Egypte en Marokko. Vlakken in schaduwrijk perspectief, bedoeïenen, waterdragers en wachtenden in de woestijn.
Volterra  2000  olie op doek 50/60
 

Bronzen

Wanneer een mens een ziener is - ziener in de zin van kijken, je ogen dichtdoen en dan nóg zien - dan vult een leeg vel papier zich met woorden, dan raken handen gestuurd over een schildersdoek en een idee wordt kleur en textuur.
Dan lijkt zelfs de wereld als was in je handen en de driedimensionale werkelijkheid is geschapen.
Dat is wat Willem van de Hulst met brons doet.
Droom of nachtmerrie? Geproportioneerd of vervormt?
Kijk maar, er staat wat er staat...



Onthulling  2002  brons H 100

Teksten uit: ’Zoekend naar het licht’ 1994
Rose Marijne van de Hulst





Eigen biografie bij de start van deze website in 2006





'Zoekend naar het licht' is het kunstenaarsthema van Willem G. van de Hulst. Bovenstaande gesigneerde titelpagina (2005) is uit de prachtige catalogus bij de grote overzichtstentoonstelling in Museum Van Lien, Fijnaart.
De teksten zijn van zijn dochter Rose Marijne van de Hulst.
Aad Nuis, oud-Staatssecretaris van Onderwijs, Culuur & Wetenschappen schrijft in het voorwoord van het boek: "En wie met een zo volledige inzet schildert als hij, krijgt soms iets aangereikt dat boven alle talent en vakmanschap uitgaat. Het licht gaat dan leven, en waar licht is, is hoop."




Willem G. van de Hulst ziet het levenslicht op 4 juni 1917 als oudste zoon uit het tweede huwelijk van W.G. van de Hulst met Jeanette Maan. Met de twee zusjes uit het eerste huwelijk en twee jongere broertjes en een jonger zusje groeit hij op in het hoge 'bovenmeesterhuis' aan de Jutphaseweg naast de school waar zijn vader zich zijn leven lang voor heeft ingezet.
Vanzelfsprekend gaat Willem naar deze school. In zijn autobiografische verhalen--boek 'Wachten op de kraakwagen' beschrijft hij hoe hij in de 2e of 3e klas een ouderwets verhaaltje las over een schreiend knaapje dat verdriet had omdat zijn broertjes en zusjes vakantie hadden en hij niet want 'hij zat nog niet op school'. Willem G. van de Hulst: "En dat knaapje van toen ben ik later zelf geworden en ik ben het misschien nóg. Van mijn broers en zusters en van velen met hen, liggen de vakanties vast. Van mij niet!. Ik heb nooit een vaste baan gehad. Ik heb altijd free-lance willen werken. Of liever, ik ben altijd voor mijzelf actief geweest". ''Samen met mijn vrouw Diet...gelukkig".

En dat bezig zijn werd tekenen, schilderen, schrijven en later beeldhouwen. Al op de middelbare school is zijn tekentalent zichtbaar. Op zijn 14e verjaardag in 1931 krijgt Willem van zijn vader een verfdoos. Hiermee is zijn bestemming definitief bepaald. In 'Wachten op de kraakwagen' wordt het ontstaan van Inde Soete Suikerbol uit de doeken gedaan. Dagblad De Standaard wilde in de dertiger jaren niet achterblijven met een dagelijks stripverhaal. Het 15-jarig zoontje van Van de Hulst kon zo aardig tekenen.... Maar een oersaai dominees-verhaal werd een regelrechte kwelling. Toen redde pa hem met "Oe-woef.... Eet jij alles op? Geef mij ook wat. Het ruikt zo lekker!...Oe-woef''. Inde Soete Suikerbol was geboren.... En er zouden tot de beginjaren '60 meer dan 11000 tekeningen ontstaan en honderden boekomslagen.
Na de middelbare school in Utrecht volgt Willem van 1934 tot 1939 de schildersopleiding aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam met als bijvakken architectuur en beeldhouwkunst. En in Parijs studeerde hij nog een periode aan de Académie de la Grande Chaumière. Het korte autobiografische verhaal 'Artiste Peintre' uit 'Wachten op de kraakwagen' illustreert Van de Hulst's kunstenaarsuitgangspunt: "Als je echt eerlijk schildert hoef je niet te zoeken, dan komt het vanzelf". De basis van een gedegen vakmanschap is gelegd.


Utrecht, Jutphaseweg 137
foto 2 maart 1994


Dertig jaar illustreren, schilderen en schrijven. Na de 'Soete Suikerbol' volgden de uitgaven van de Jeugdcommisie van het Nederlands Bijbelgenootschap beginnend in 1933 met 'Een muis in dit huis' en nadien nog ca. 15 boekjes tot 1958. Omdat vader Van de Hulst van mening was dat mooie en goede illustraties in kinderboeken onontbeerlijk waren ("De prenten moeten vertellen") werden zijn boekjes door gerenommeerde tekenaars als Isings, Bottema en Schröder geïllustreerd. Vanaf de dertiger jaren nam zoon Willem langzamerhand deze taak over en zo ontstond een hecht samenwerkingsverband tussen schrijver en illustrator. Nagenoeg alle uitgaven werden in de 40-er en 50-er jaren door zoon Willem geillustreerd en vernieuwd. Zelf debuteerde Willem G. van de Hulst in 1946 met illustraties én tekst van 'Tippeltje' dat als deel 1 in de 13-delige Cirkel-serie bij Callenbach direct in een oplage van maar liefst 16.000 exemplaren werd gedrukt. Er zouden nog ruim 30 boeken volgen in de jaren daarna, waaronder gelegenheidsboekjes als 'Waarom de tram stil stond' en ' Feest in Houten', autobiografische verhalenbundels 'Een natte hond' en 'Wachten op de kraakwagen' en zelfs (onder pseudoniem) als goede jeugdzonde een roman 'Kijken naar de maan'.

Deze biografie wil allesbehalve een keurig chronologisch levensoverzicht geven. De gedetailleerde overzichten van alle boekentitels en boekenillustraties zeggen genoeg over de werklust van de kunstenaar die tot op de dag van vandaag nog aktief werkzaam is.

In 1959 stond in 'De Spiegel' (24 oktober - nr 4) ter ere van het gouden schrijversjubileum van W.G. van de Hulst sr. een uitvoerig artikel van Piet Terlouw met foto's van de families Van de Hulst.
" De oudste zoon van de schrijver W.G. van de Hulst is de kunstschilder en illustrator W.G. van de Hulst Jr. (42). Met zijn vrouw Diet en kinderen Rozemarijntje (7), Carolientje (4) en Wim (bijna 2) woont hij in Nieuwersluis (aan de Utrechtse Vecht). Op de linker foto zien we de schilder bezig aan een portret van zijn vader, wiens boekjes hij al jaren illustreert. Deze samenwerking begon al met de 'Soete Suikerbol', terwijl het nieuwste werk van vader en zoon het prachtige 'Gouden voorleesboek' is".




Op de grote foto uit 1959 vlnr Carolien van de Hulst, nadien studente aan de Kunstacademie in Arnhem en veel te vroeg gestorven, Willem G. van de Hulst, Rose Marijne van de Hulst (zij is RTV producente en journaliste, redigeert de nieuwe uitgaven van de boeken en is spreekbuis van de Maatschap Erven van de Hulst sr), echtgenote Diet van de Hulst (o.a. bekend van haar rol in de film van Jos Stelling: Marieken van Nieumeghen) en de jongste telg Wim van de Hulst (fotograaf en bekend van o.a.fototentoonstellingen en het boek Ooggetuigen van de Eerste Wereldoorlog)

De op de foto uit 1959 zevenjarige Rose Marijne van de Hulst. In 1993 vraagt het weekblad Libelle een interview (nr 33, 13-20 augustus) ter gelegenheid van de tentoonstelling van W.G. van de hulst sr. in het Letterkundig Museum in Den Haag. Ze vertelt dat ze eigenlijk Rozemarijntje zou worden genoemd naar het gelijknamige boek van Opa. Maar die naam stond niet in het boek met reguliere namen van de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Het mocht dus niet en toen werd het Rose Marijne.
Rose Marijne logeerde eens drie maanden bij Opa en Oma aan de Rijnlaan in Utrecht toen haar ouders Willem en Diet van de Hulst, op verzoek van Buitenlandse zaken ter promotie van het Nederlandse kinderboek een tijd in Noord-Amerika moesten zijn . Rose Marijne werd door de trotse Opa naar de W.G.van de Hulst-school aan de Jutphaseweg gebracht. Twee keer en toen mocht ze zelf! Hoewel op de derde dag Opa tegen de afspraken in toch maar een oogje in het zeil hield....
Rose Marijne vertelt over het buiten-wonen in Nieuwersluis "...temidden van de koeien, in een wereld van kikkervisjes en salamanders, van zuring en rietsigaren. Weinig kinderen in de buurt, veel op jezelf aangewezen. Mijn vader illustreerde grootvaders boeken, dat was knap van de man, maar de schilderijen die hij ook maakte, waren toch vooral handig om hutten van te bouwen...".



Rose Marijne van de Hulst
Foto's uit de Libelle 1959

Dat typeert eigenlijk heel fraai de naar binnen gekeerde vrije kunstenaar Willem van de Hulst. Zijn schilderijen in de beschutting van het atelier. En alleen de knappe illustrator treedt tot nu toe steeds voor het voetlicht. Maar als in 1963 vader W.G. van de Hulst overlijdt worden de bakens verzet. Het monumentale vrije werk krijgt licht, lucht en vrije ruimte. Eerst in het eigen atelier aan de Lekdijk in Wijk bij Duurstede, een tijdje in Bennekom en Nieuwersluis volgt eind 1979. Er komen tentoonstellingen in Zeist, Wijk bij Duurstede en Loenen, buitenlandse exposities in Frankrijk (Menton en Roque-Brüne), de VS (City Art Gallery, Oakland) en dan een grote tentoonstelling in 1988 in het Singer Museum te Laren. En sindsdien in een gestage stroom op allerlei lokaties. Vaak ook is het een combinatie van tentoonstellingen van de boeken van W.G. van de Hulst sr, de illustraties van junior en natuurlijk het vrije werk.
In de begeleidende tekst van de laatste overzichtstentoonstelling in Museum Van Lien in Fijnaart (augustus-oktober 2005) wordt trefzeker de werkwijze van Willem G. van de Hulst verwoord: " Willem van de Hulst maakt zijn werk in de afzondering van zijn atelier. Schilderen is voor hem op de eerste plaats "zoeken". Het is zijn eigen ambivalentie, twijvel die hij op een doek zet of driedimensionaal vorm geeft. Een kunstwerk is voor hem nooit af, zoals ook het leven nooit af is. Zijn schilderijen en beelden ontstaan zonder vooropgezet plan. Ze groeien als het ware. Nieuwsgierig volgt hij wat er met de verf op het doek of met de was in zijn handen gebeurt. Als het werk bijna klaar lijkt te zijn, begint hij details te veranderen. Soms brengt hij grote wijzigingen aan, die dan resulteren in een geheel nieuw kunstwerk. Zo liggen onder de voorstellingen die de kijker te zien krijgt vaak verdwenen impressies, zoals de ene gedachte ingeruild kan worden voor een andere. "Aan dit veranderen ligt natuurlijk ook dikwijls twijfel ten grondslag," geeft hij openhartig toe. "De techniek, het vak, beheers ik wel, maar telkens vraag ik mij af: is het 'goed', zit het perfect in elkaar....overstijg ik wel ïets?"

Een van de grootste en meest indrukwekkende werken van Van de Hulst is wel het in 1984 gereed gekomen Metro-project. Een achtluik, waarvan het hoofdpaneel 300 x 170 cm groot is. Tesamen met drie bronzen sculpturen creëerde Van de Hulst hiermee een adembenemend stilleven van licht en donker: de zin en uitzichtsloosheid van het bestaan. Een imaginaire, ondergrondse stad, waarin de mens in een isolement lijkt te leven. Maar aan het einde is weer dat licht."

Natuurlijk blijft de illustrator ook levendig. Voor heruitgaven blijft  hij nieuwe omslagen illustreren. Het beheer van de Maatschap Erven W.G. van de Hulst sr en het redigeren van nieuwe edities e.d. laat Willem G. van de Hulst aan Rose Marijne over en zoon Wim is fotograaf van professie en heeft onder andere het vele fotowerk voor het boek bij de overzichtstentoonstelling in Fijnaart verzorgd.

Dan is er nog de onderscheiding in de Orde van de Nederlandse Leeuw voor het werk als schrijver, illustrator en beeldend kunstenaar april 1996). En de door regisseur Robin Lutz gemaakte NCRV-televisiedocumentaire 'Op zoek naar het licht'' (uitgezonden op 19 mei 1997). Uiteraard met de nodige interviews en krantenartikelen daarbij.

Willem G van de Hulst schilder-schrijver-beeldhouwer overleed op 29 juli 2006. Hij werd 89 jaar.






Fotograaf Wim van de Hulst met
zijn vriendin Marion Rosendahl

Fijnaart september 2005

Hauwert 2e Pinksterdag 2006 Andries Hibma
Herzien en aangevuld Nieuwersluis januari 2017 Rose Marijne van de Hulst