Maandblad, gewijd aan de beoefening der Letterkunde

Officiëeel Orgaan der Commissie voor Letterkunde
Uitgave van het Nederlandsch Jongelingsverbond

Uitgegeven van 1899-1917


In het documentatiecentrum van de VU staan de hieronderstaande gegevens gegevens.

 
 

In de 1e jaargang 1899-1900 verschijnt het verhaal ''De ziekenkamer''
Nog niet voorhanden maar in
Zoeken naar de ziel is een fragment afgedrukt op pagina 44. Zelf schrijft van de Hulst in Herinneringen van een schoolmeester dat het ''dwaas jongenswerk was, duf baksel uit een verstorven periode''.


in onderstaande 2e jaargang 1900-1901 verschijnen weer twee (drie) bijdragen van W.G. van de Hulst

Pagina 3-4-5 Schoolherinneringen I
Pagina 15-16-17 Schoolherinneringen II
Pagina 64-65 Zondagmorgen

 


 


 
 
 
 
 
 
 
 
 

In de derde jaargang 1901-1902 verschijnen de volgende bijdragen van W.G. van de Hulst

Pagina 18-19 ,,March Funèbre''
I
Pagina 26-27 ,,March Funèbre'' II
Pagina 34-35-36 ,,March Funèbre'' III
Pagina 66 Herfstbloemen
Pagina 82 Herinneringen

Interessant dat ''iemand'' bij het verhaal Marche Funèbre met potlood in het boekwerk allerlei wijzigingen heeft aangebracht
die precies zo zijn doorgevoerd volgens de uitgave van het verhaal in het boekwerkje In de zon uit 1919. Of ze zijn nadien aangebracht maar dat lijkt niet aannemelijk. Wie, oh wie heeft dat gedaan?.


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Van de 4e tot en met de 9e jaargang 1902 tot en met 1908 zijn er geen literaire bijdragen. Niet verwonderlijk door de persoonlijke omstandigheden van de jonge onderwijzer. Zijn moeder wordt ernstig ziek en overlijdt in 1906, in 1907 treedt Van de Hulst in het huwelijk, een eerste dochter geboren, Van de Hulst wordt hoofdonderwijzer en na bouw van de School aan de Jutfaseweg betrekken ze in 1909 de bovenmeesterswoning naast de school.

 

Dan wordt in het septembernummer van 1908 de Wedstrijd voor Kinderlectuur aangekondigd, uitgeschreven door de Nederlandsche Zondagsschool Vereeniging (NZV). Zoals bekend worden twee manuscripten van Van de Hulst bekroond: Van een klein Meisje en een groote Klok en Ouwe Bram.


In september 1909 (10e jaargang 1908-1909) verschijnt een soortgelijk bericht.

 

Maandblad gewijd aan de beoefening der Letterkunde
Drie bijdragen Uit de Schatkamer en een naschrift in de 11e en 12e jaargang.

In de biografie Zoeken naar de ziel schrijft Daan van de Kaaden in hoofdstuk 3 uitvoerig over deze
letterkundige bijdragen van W.G. van de Hulst
Op 4 november 1909 verschijnt in Uit de schatkamer op pag 53 en 54 de bijdrage Las Huelgas


Op 6 januari 1910 verschijnt in Uit de schatkamer op pag 69 en 70 de bijdrage
Het Stockske van Joan van Oldenbarnevelt, vader des vaderlants




 
In april 1910 wordt Van de Hulst lid van de Commissie voor Letterkunde. (14e jaarverslag CvL)
NB Blijkbaar bestond de CvL al voordat het Maandblad vanaf 1899 begon.




Op 2 juni 1910 (12e jaargang 1910-1911) verschijnt in de rubriek Uit de schatkamer
op pag 13 en 14 de bijdrage Voor 't raam



 

Op 1 september 1910 wordt op de pagina's 33-35 een ingezonden brief van de heer Gr. ''Van een vriend die feilen toont'' en een ''Naschrift'' van W.G. van de Hulst. Na deze bepaald niet malse briefwisseling komen er géén bijdragen over gedichten meer maar wél nog zeven Brieven over kunst die door Daan van der Kaaden als ''interessant'' worden aangemerkt. (pagina 46 Zoeken naar de ziel)

 
 
 
 
Maandblad voor Letterkunde 1910 - 1911 - 1912
Van de Hulst laat zich blijkbaar niet ontmoedigen, gespreid van september 1910 tot februari 1912
verschijnen 7 afleveringen Brieven over Kunst



Aflevering I op 6 October 1910




Aflevering II - 8 december 1910


Aflevering III - 2 maart 1911


 
Aflevering IV - 8 mei 1911
Aflevering V - 7 september 1911

Maandblad, gewijd aan de beoefening der Letterkunde

Officiëeel Orgaan der Commissie voor Letterkunde
Uitgave van het Nederlandsch Jongelingsverbond
Uitgegeven van 1899-1917


In het documentatiecentrum van de VU staan de hieronderstaande gegevens gegevens.

 
 

In de 1e jaargang 1899-1900 verschijnt het verhaal ''De ziekenkamer''
Nog niet voorhanden maar in
Zoeken naar de ziel is een fragment afgedrukt op pagina 44. Zelf schrijft van de Hulst in Herinneringen van een schoolmeester dat het ''dwaas jongenswerk was, duf baksel uit een verstorven periode''.


in onderstaande 2e jaargang 1900-1901 verschijnen weer twee (drie) bijdragen van W.G. van de Hulst

Pagina 3-4-5 Schoolherinneringen I
Pagina 15-16-17 Schoolherinneringen II
Pagina 64-65 Zondagmorgen

 


 


 
 
 
 
 
 
 
 
 

In de derde jaargang 1901-1902 verschijnen de volgende bijdragen van W.G. van de Hulst

Pagina 18-19 ,,March Funèbre''
I
Pagina 26-27 ,,March Funèbre'' II
Pagina 34-35-36 ,,March Funèbre'' III
Pagina 66 Herfstbloemen
Pagina 82 Herinneringen

Interessant dat ''iemand'' bij het verhaal Marche Funèbre met potlood in het boekwerk allerlei wijzigingen heeft aangebracht
die precies zo zijn doorgevoerd volgens de uitgave van het verhaal in het boekwerkje In de zon uit 1919. Of ze zijn nadien aangebracht maar dat lijkt niet aannemelijk. Wie, oh wie heeft dat gedaan?.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Van de 4e tot en met de 9e jaargang 1902 tot en met 1908 zijn er geen literaire bijdragen. Niet verwonderlijk door de persoonlijke omstandigheden van de jonge onderwijzer. Zijn moeder wordt ernstig ziek en overlijdt in 1906, in 1907 treedt Van de Hulst in het huwelijk, een eerste dochter geboren, Van de Hulst wordt hoofdonderwijzer en na bouw van de School aan de Jutfaseweg betrekken ze in 1909 de bovenmeesterswoning naast de school.

 

Dan wordt in het septembernummer van 1908 de Wedstrijd voor Kinderlectuur aangekondigd, uitgeschreven door de Nederlandsche Zondagsschool Vereeniging (NZV). Zoals bekend worden twee manuscripten van Van de Hulst bekroond: Van een klein Meisje en een groote Klok en Ouwe Bram.


In september 1909 (10e jaargang 1908-1909) verschijnt een soortgelijk bericht.

 

Maandblad gewijd aan de beoefening der Letterkunde
Drie bijdragen Uit de Schatkamer en een naschrift in de 11e en 12e jaargang.

In de biografie Zoeken naar de ziel schrijft Daan van de Kaaden in hoofdstuk 3 uitvoerig over deze
letterkundige bijdragen van W.G. van de Hulst
Op 4 november 1909 verschijnt in Uit de schatkamer op pag 53 en 54 de bijdrage Las Huelgas


Op 6 januari 1910 verschijnt in Uit de schatkamer op pag 69 en 70 de bijdrage
Het Stockske van Joan van Oldenbarnevelt, vader des vaderlants



 
In april 1910 wordt Van de Hulst lid van de Commissie voor Letterkunde. (14e jaarverslag CvL)
NB Blijkbaar bestond de CvL al voordat het Maandblad vanaf 1899 begon.




Op 2 juni 1910 (12e jaargang 1910-1911) verschijnt in de rubriek Uit de schatkamer
op pag 13 en 14 de bijdrage Voor 't raam


 

Op 1 september 1910 wordt op de pagina's 33-35 een ingezonden brief van de heer Gr. ''Van een vriend die feilen toont'' en een ''Naschrift'' van W.G. van de Hulst. Na deze bepaald niet malse briefwisseling komen er géén bijdragen over gedichten meer maar wél nog zeven Brieven over kunst die door Daan van der Kaaden als ''interessant'' worden aangemerkt. (pagina 46 Zoeken naar de ziel)
 
 
 
 
Maandblad voor Letterkunde 1910 - 1911 - 1912
Van de Hulst laat zich blijkbaar niet ontmoedigen, gespreid van september 1910 tot februari 1912
verschijnen 7 afleveringen Brieven over Kunst



Aflevering I op 6 October 1910




Aflevering II - 8 december 1910


Aflevering III - 2 maart 1911


 
Aflevering IV - 8 mei 1911


Aflevering V - 7 september 1911






Aflevering VI
- 7 december 1911






Aflevering VII
- 7 februari  1912






 
Verder géén bijdragen meer, alleen wat berichten van en over de NZV en CvL